Minder storingen door prestatiegericht onderhoud - MantenanceWijzer
845
post-template-default,single,single-post,postid-845,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,qode_popup_menu_push_text_top,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.2,vc_responsive

Minder storingen door prestatiegericht onderhoud

Het afgelopen jaar deden zich minder storingen voor op het spoor en ze duurden ook een paar minuten minder lang dan in 2017. Het aantal ernstige incidenten met veel overlast voor reizigers nam met 10 procent af van 627 in 2017 naar 558 in 2018, zo maakt spoorbeheerder ProRail bekend. De gemiddelde duur van het storing was 132 minuten in 2018. Het aantal technische storingen daalde de laatste vijf jaar met 20 procent.

Storingen onder de norm

Begin 2018 kreeg ProRail nog een voorwaardelijke boete opgelegd van het ministerie van IenW omdat de spoorbeheerder er in 2017 niet in geslaagd was om het aantal storingen onder de norm van 610 te houden. De streefwaarde voor 2019 is 546 storingen, schrijft ProRail in het beheerplan voor komend jaar. De spoorbeheerder noemt het zelf “een zeer ambitieuze doelstelling die wij met ons verbeterprogramma blijven nastreven, waarvan wij verwachten dat deze waarschijnlijk niet gehaald gaat worden in 2019”.

Prestatiegericht onderhoud

Om storingen terug te dringen en zo snel mogelijk te verhelpen heeft ProRail onder meer speciale tracéteams in het leven geroepen. Ook zijn er afspraken gemaakt met de spooraannemers om problemen sneller op te lossen. Een paar jaar geleden stapte ProRail over van onderhoudscontracten op basis van output (OPC) naar prestatiegericht onderhoud (PGO). Uit het beheerplan van ProRail voor 2019 blijkt dat de prestaties in de PGO-gebieden beter zijn dan in de OPC-gebieden. Dit is zichtbaar in de mate van treinhinder en de duur van storingen. PGO-contracten helpen echt mee om het aantal storingen te verminderen, zegt een woordvoerder van ProRail. “Je kunt veel makkelijker sturen op eindresultaat. Daar zit echt een verschil. Bovendien worden de afspraken binnen zo’n PGO-contract steeds volwassener.”

Nieuwe technieken en innovaties

Daarnaast moeten nieuwe technieken en innovaties, zoals het gebruik van sensoren en analyses van big data, helpen om storingen te voorkomen. ProRail maakt onderscheid in technische storingen en storingen die door derden veroorzaakt worden, zoals door spoorlopers, zelfmoord en vandalisme. Die laatste categorie storingen blijft gelijk of neemt iets toe.
In 2018 is het programma Klanthinder begonnen met als doel om de overlast voor reizigers en vervoerders te verminderen als gevolg van grote storingen. Een van de maatregelen uit de programma is het instellen van het zogeheten motorkapoverleg, waarin experts via een conference call samen vaststellen wat de aard van de beperking is en op welke manier het treinverkeer toch kan doorgaan. Zowel bij storingen door derden als technische storingen krijgen de drukste tracés prioriteit.

Meer passagierstreinen reden op tijd in 2018 vergeleken met het jaar ervoor. In 2018 was de punctualiteit 91,4 procent, in 2017 lag dat percentage op 90,5 procent. De regionale lijnen doen het nog wat beter met 94,6 procent in 2018 tegenover 93,9 procent in 2017.

Treinpunctualiteit

Via het online dashboard dat ProRail sinds een paar jaar op de website heeft, kan iedereen zelf nagaan hoe de punctualiteit is van het reizigers- en goederenvervoer. Daaruit blijkt dat het goederenvervoer beduidend slechter scoort. De treinpunctualiteit van het goederenvervoer kwam de afgelopen twaalf maanden uit op 69,5 procent. Het gaat om het percentage goederentreinen waarbij de vertraging op het eindpunt minus de vertraging op het vertrekpunt kleiner is dan 3 minuten. Het is volgens de woordvoerder van ProRail een indicator die niet zo veel zegt. “We zijn die indicator daarom aan het vernieuwen, samen met het ministerie en de sector.” Het goederenvervoer zal toenemen het komend jaar. Op dit moment staan er 8 procent meer goederentreinen ingepland in 2019 dan in 2018.

Volgens ProRail-topman Pier Eringa behoort Nederland met de prestaties op het gebied van reizigerspunctualiteit tot de top drie van spoorlanden, naast Japan en Zwitserland. “Dat de cijfers wederom goed zijn betekent niet dat we achterover kunnen leunen. We moeten ons continu willen verbeteren. Ook willen we zorgen dat het aantal storingen en de impact die dit heeft voor de reizigers verder daalt.”

Om Nederland op middellange en lange termijn bereikbaar te houden moet nodig de capaciteit van het spoor omhoog, meent Eringa. “Het is nodig dat we in Nederland blijven investeren in een beter en verfijnder OV-netwerk met meer en snellere treinen, betere en comfortabele stations en meer fietsenstallingen. Daar zijn stevige investeringen en moedige politieke beslissingen voor nodig.”
Bron: Spoorpro